Definitions Dutch

  • < koppelwerkwoord dat aangeeft dat iets in een bepaalde toestand komt, begint te zijn of in de toekomst zal zijn> devenir Ik word ziek. Je tombe malade. Hij wil later piloot worden. Une fois grand, il veut être pilote. door de zon lekker bruin worden bien bronzer au soleil
  • < hulpwerkwoord van de lijdende vorm>être Er wordt veel gelachen tijdens de voorstelling. On rit beaucoup pendant le spectacle. Tijdens de oorlog werden veel burgers gedood. Pendant la guerre, beaucoup de civils ont été tués.