kunnen: meaning and definitions

Dutch dictionary

What is kunnen?

What is kunnen?

  • weten hoe je iets moet doen savoir kunnen voetballen savoir jouer au football
  • mogelijk zijn pouvoir Het kan gaan regenen. Il pourra pleuvoir. Kan ik morgen komen? Ja, dat kan. Je peux venir demain? Oui, c'est possible.
  • toegestaan zijn pouvoir Je kunt niet in je vuile kleren op bezoek gaan. On ne peut pas rendre visite à quelqu'un dans ses vêtements sales.
  • er zeker van kunnen zijn dat.. pouvoir compter sur le fait que.. Kan ik ervan op aan dat je me komt helpen? Je peux compter sur le fait que tu viendras m'aider?
  • (iets) niet kunnen verdragen ne pas (pouvoir) supporter Ik kan niet tegen die harde muziek. Je ne supporte pas cette musique qui va très fort.

Search words

Upgrade your experience