Definitions Dutch

  • ergens je huis, appartement of etage hebben en daar permanent leven habiter demeurer in Amsterdam wonen habiter (à) Amsterdam / vivre à Amsterdam
  • een kleine woning hebben être logé à l'étroit
  • in een deftige buurt wonen vivre dans un quartier de standing
  • uit het ouderlijk huis gaan en in een eigen woning gaan leven quitter la maison des ses parents