Definitions Dutch

  • taken verrichten travailler gesproken bosser Ik heb de hele dag gewerkt, en nu ben ik doodmoe. J'ai travaillé toute la journée et je suis crevé. werken aan een schilderij travailler à un tableau heel hard werken se crever galérer
  • geld verdienen door werk te doen travailler bij een bank werken travailler dans une banque
  • doen waarvoor iets bedoeld is marcher fonctionner In een lange tunnel werkt het navigatiesysteem niet. Le système de navigation ne marche pas dans un long tunnel routier.
  • gewenste effect hebben agir faire de l'effet De verdoving werkte snel, ik voelde niets meer. L'anesthésie a fait de l'effet rapidement, je n'ai plus rien senti.
  • actief zijn être en activité Die vulkaan werkt niet meer. Ce volcan n'est plus en activité.