Definitions Dutch

  • uittrekken aan je lichaam doen mettre (mɛtʀ) je sokken aantrekken mettre ses chausettes
  • naar je toe halen attirer (atiʀe ) Hoge bomen trekken de bliksem aan. Les arbres élevés attirent la foudre. personeel proberen te krijgen engager du personnel
  • (een touw o.i.d) strakker maken tendre (tɑ~dʀ) een touw stevig aantrekken zodat alles goed vastzit tirer fortement sur une corde pour que cela serre bien
  • zo zijn dat je het leuk of aangenaam vindt attirer (atiʀe ) Die muziek trekt me helemaal niet aan. Cette musique ne m'attire pas du tout.