Definitions Dutch

  • wit met de kleur van iets dat heeft gebrand noir/noire nette, zwarte schoenen des chaussures de ville noires Wil je met de witte of met de zwarte stukken spelen? Tu préfères jouer avec les blancs ou avec les noirs? koffie zonder melk café noir in grote aantallen aanwezig zijn être noir Het zag zwart van de mensen toen de kermis openging. C'était noir de monde quand la foire a commencé. officieel in een document zijn vastgelegd être écrit noir sur blanc Het is wel afgesproken, maar er staat niets zwart op wit. Cela a bel et bien été convenu, mais rien n'est écrit noir sur blanc. knecht van Sinterklaas le père Fouettard
  • verboden clandestin/-ine zwart werk travail au noir geld waarover geen belasting is betaald de l'argent noir