Définitions Français

  • Vergezeld gaan van iemand iets doen, iets met iemand doen: Ik breng je naar het diner in het restaurant.
    Se faire accompagner de quelqu'un pour faire quelque chose, aller faire quelque chose avec quelqu'un : Je vous emmène dîner au restaurant.
  • Vertrouwd. Pak iets ergens (bekritiseerd door puristen): hij nam een boek in zijn kamer.
    Familier. Emporter quelque chose quelque part (critiqué par les puristes) : Il a emmené un livre dans sa chambre.
  • Leiden tot het volgen van een team, een gezelschap in zijn tracks: de kapitein zijn fronten heeft genomen.
    Entraîner à sa suite une équipe, une troupe dans son élan : Le capitaine a bien emmené ses avants.
  • In een race, wordt aan het hoofd van het peloton, in het tempo.
    Dans une course,être en tête du peloton, en en réglant l'allure.