Définitions Français

cap

  • Punt van grond vooruitspringend in de zee.
    Pointe de terre qui s'avance dans la mer.
  • De hoek die wordt gevormd door de route van een vliegtuig of een schip en de richting van het noorden. (We onderscheiden het GLB waar, gemeten van ware noorden, en de kop aan het kompas, bepaald op basis van het noorden aangegeven door het kompas.)
    Angle que forment la route suivie par un avion ou un navire et la direction du nord.(On distingue le cap vrai, mesuré par rapport au nord vrai, et le cap au compas, déterminé par rapport au nord indiqué par le compas.)